Veiligheid tijdens het lopen

Uitgangspunten

  • Voor, tijdens en na een training is de betreffende trainer verantwoordelijk voor de goede gang van zaken bij de training.
  • Er is geen bereikbaarheidsdienst binnen de vereniging.
  • De trainers beschikken tijdens de training over een mobiele telefoon die voldoende capaciteit heeft (beltegoed, opgeladen).
  • De deelnemers geven kennis aan de trainer(s) van eventuele medische beperkingen of ziektes, die tijdens de training een veiligheids- en of gezondheidsrisico kunnen geven. Dit geldt ook bij terugkeer na een ziekte of blessure. Het advies van de dokter/fysio is leidend, de deelnemer heeft een duidelijke eigen verantwoordelijkheid hierbij in het bewaken van de eigen gezondheid.
  • Een nordic- of powerwalkgroep heeft in principe maximaal dertig deelnemers, vervolgens wordt gezocht naar mogelijkheden om de groep te splitsen.
  • Voor- en na de training worden de koppen geteld.
  • Een trainer adviseert een deelnemer (al dan niet tijdelijk) met trainen te stoppen als daar met betrekking tot de veiligheid of de gezondheid aanleiding toe is. Deze adviezen zijn bindend als hier sprake is van een risico voor de deelnemer, de groep of de trainer.
  • Van deelnemers is bekend als zij in het bezit zijn van een reanimatie/EHBO-diploma dan wel arts of verpleegkundige zijn.
  • Negeren van de veiligheidsregels zal voor de trainer aanleiding kunnen zijn een deelnemer te waarschuwen dat dit niet acceptabel is. Bij herhaald onveilig gedrag meldt de trainer dit aan de coördinator die de deelnemer erop aanspreekt en zo nodig escaleert naar het bestuur.
  • Trainers zijn tijdens de training constant op de hoogte van hun positie, straat, kruising, etc., waardoor zij in geval van een noodoproep snel hun positie kenbaar kunnen maken.

Plaats op de weg

  • In principe (tenzij de trainer anders oordeelt) op fietspaden rechts lopen.  Maximaal twee naast elkaar of als voldoende ruimte ontbreekt, achter elkaar. Nooit over de helft van het betreffende fietspad lopen.
  • In principe (tenzij de trainer anders oordeelt) op wegen waar ook autoverkeer is links lopen. Maximaal twee naast elkaar of als voldoende ruimte ontbreekt, achter elkaar. Nooit over de helft van de betreffende weg lopen.
  • De voorste loper geeft verbale signalen bij tegemoetkomend gevaar en hindernissen: “paal, auto, fietser, etc.“, de achterste loper doet dat bij inhalers.
  • Indien de veiligheid dat vereist blijven de lopers, al dan niet in opdracht van de trainer, aan de kant van het pad of de weg of in de berm staan (nooit aan twee zijden!!).
  • Er wordt zo gelopen dat nooit lopers langdurig uit zicht raken. Achterblijvers worden na een interval altijd meteen opgehaald. Deze regel geldt in het bijzonder tijdens training in het donker. Lopers die structureel niet mee kunnen vormen derhalve een veiligheidsrisico. Hiervoor contact opnemen met de coördinator.
  • Stoplichten worden te allen tijde gerespecteerd.

Klimaat

Als sprake is van algemene gladheid, bijvoorbeeld ijzel en opvriezende sneeuw, beoordeelt de trainer ter plaatse of trainen verantwoord is.

  • Bij naderend onweer wordt de groep in de richting van het clubgebouw geleid en zo nodig wordt de training onmiddellijk gestaakt.
  • Bij zware storm wordt niet in het sportpark getraind in verband met vallende takken.
  • Bij hoge temperaturen, > 25 graden C, wordt de training qua intensiteit aangepast en de lopers moeten de gelegenheid krijgen zelf meegenomen drank te drinken.

Training in het donker

  • In het donker wordt bij voorkeur op verharde en verlichte paden gelopen die verkeersluw zijn.
  • Het is verplicht een reflecterend hesje of een wit jack/trui/T-shirt te dragen.

Ongevallen en ziekte

  • Ongevallen: o.a. verkeersongevallen, valpartijen, hondenbeet, insectenbeet, blessures.
  • Ziektegevallen: o.a. flauwte, oververhitting, hartstoornissen, CVA (beroerte), epilepsie.

Calamiteiten

Hierboven genoemde zaken die onmiddellijke medische aandacht vragen. Hierbij is ‘tijd’ een belangrijke factor, er moet als volgt worden gehandeld:

  • Bel zonder aarzelen 112, geef de situatie door en volg de instructies op.
  • De trainer heeft hierbij een coördinerende rol.
  • Indien de dichtstbijzijnde en afgesproken ontmoetingspunt met auto/helikoptervervoer op afstand van de locatie ligt, wordt een keten van deelnemers gevormd die ieder voor elkaar duidelijk in het zicht staan. Deze keten van deelnemers geeft de richting aan naar de locatie van de calamiteit zodra de betreffende hulpdienst arriveert.
  • Creëer ruimte voor het slachtoffer.
  • Start bij hartstilstand meteen met reanimeren.
  • Bij een verkeersongeval het slachtoffer niet verplaatsen als er een risico is van verwondingen aan nek of ruggengraat.
  • Zo spoedig mogelijk na de training licht de trainer de coördinator in, bij voorkeur telefonisch. De coördinator neemt ook contact op met het bestuur. Indien de coördinator niet bereikbaar is licht de trainer het bestuur in en zendt een mailtje naar de coördinator.

Incidenten

Ongevallen en ziekte die niet onmiddellijke medische aandacht vragen. Voorbeelden:

  • Vallen
  • Verzwikking
  • Diverse spierblessures
  • Insectenbeet (check eventuele allergie!!)
  • Hondenbeet
  • Tekenbeet

Te nemen maatregelen:

  • Vaststellen of de training kan worden voortgezet.
  • Zo niet, dan wordt gezamenlijk teruggegaan.
  • Indien wel:
    • Vaststellen of de deelnemer de training kan voortzetten.
    • Zo niet, dan verlaat de deelnemer onder begeleiding de training.
  • De trainer bepaalt of na de training de coördinator moet worden ingelicht. Dit kan per telefoon of per mail.

Opmerkingen

Vóór invoering van het huidige RVV stond tevens in de wet dat voetgangers buiten de bebouwde kom aan de linker kant van de weg moesten lopen als een voetpad of fietspad ontbrak. Op die manier konden voetgangers het autoverkeer zien naderen, en dat werd veiliger geacht voor voetgangers. Met ingang van 1991 is deze verplichting geschrapt. Voetgangers mogen zelf kiezen aan welke kant van de weg ze lopen. De plaatselijke omstandigheden kunnen namelijk zodanig zijn dat rechts lopen veiliger is dan links lopen.

Het is niet mogelijk aan te geven dat links, dan wel rechts lopen altijd veiliger is. Het wordt in de ogen van Veilig Verkeer Nederland terecht toegestaan dat voetgangers zelf beoordelen wat de veiligste kant van de weg is. Absolute veiligheid is daarbij uiteraard niet te garanderen. Ook in deze situatie zullen alle weggebruikers attent moeten blijven, zodat onveiligheid voorkomen kan worden.

De praktijk leert dat de meeste voetgangers (en trimmers) het prettiger vinden om het ‘gevaar’ te zien aankomen. Voetgangers zijn onbeschermd en zullen bij aanrijdingen vrijwel altijd het grootste letselrisico lopen. Wie dat risico voor zichzelf wil minimaliseren zal het verkeer willen zien naderen en daarom links willen lopen. Wie rechts loopt wordt altijd van achteren genaderd door ander verkeer. En dat is, in ieder geval gevoelsmatig, aanzienlijk minder prettig.

Veilig Verkeer Nederland raadt trimmers aan gebruik te maken van voetpaden en vrijliggende fietspaden. Drukke wegen zonder vrijliggende voetgangers- of fietsvoorzieningen moeten zoveel mogelijk gemeden worden. Wie gebruik maakt van een vrijliggend fietspad kan het beste met de rijrichting van de fietsers meelopen (rechts). Wie toch gebruik maakt van een weg zonder fiets- of voetpad moet zelf inschatten aan welke kant van de weg het veiligst gelopen kan worden. Daarbij moeten voetgangers en trimmers zich realiseren dat zij geen onveiligheid voor anderen moeten veroorzaken als ze een plaats op de weg kiezen die voor henzelf het veiligst is.